Het dorp Brakel ligt aan de
Waal, evenals de plaatsen Zaltbommel, Gameren en Zuilichem op
de jongste stroomrug in de Bommelerwaard, de Gamerense stroomrug,
het verlengde van een grote stroomgordel in de Tielerwaard, die
daar vanaf Est naar Waardenburg loopt. Op grond van Romeinse vindplaatsen
langs de stroomgordel is het waarschijnlijk dat de bedding in de
tweede eeuw nog water voerde.
De naam 'Brakel' is waarschijnlijk een samenvoeging van twee woorden
Brako, wat varens betekent, en Loo, een bekend achtervoegsel wat
bos betekent. Uit de naam valt af te leiden dat dit gebied oorspronkelijk
een bosachtig gebied moet zijn gweest met veel varens.
De heerlijkheid Brakel vinden we al in de dertiende eeuw vermeld
als afsplitsing van de landen van Altena. Volgens een akte uit 1595
behoorde Brakel in die tijd tot de heerlijkheid Poederoijen.
In vroeger eeuwen heeft de Waal vele malen zijn
bedding verlegd. Tot de bedijking was dit gebied een delta met
verhogingen in het landschap, ontstaan door bezinksel van de rivier.
Het
patroon van het landschap met verhogingen en kreken is op de
plattegrond nog te herkennen, zoals de rondingen van de huidige
Burgemeester Posweg. In de loop der eeuwen is veel geëgaliseerd.
Loodrecht op de rivier wierp men woonterpen op waarop de boerderijen
gebouwd werden.
De kerk, het Spijker en de ernaast gelegen boerderijen liggen
op zo'n terp.
In de zeventiger jaren zijn door de dijkverzwaring
veel karakteristieke dijkhuizen verdwenen.
2. HUIS BRAKEL
Door verkoop kwam de Heerlijkheid Brakel in de 18e eeuw in bezit
van Wilhelmus Wilhelmius. Deze liet in 1768 het tegenwoordige
"Huis Brakel" bouwen. In 1780 kwam het landgoed in
het bezit van het geslacht Van Dam. Wilhelmus van Dam liet het "
herenhuis" in 1811 verbouwen en verfraaide de omgeving
met een vijver voor het huis en een park in Engelse landschapsstijl
rond de ruine.
In 1977 werd het herenhuis verkocht aan de Gemeente Brakel en verbouwd
tot Gemeenschapshuis met daarin de raadzaal/trouwzaal. Begin 1982
was de verbouwing voltooid.
De huidige ingang was vroeger een binnenplaats, op de plaats van
de bar de mangelkamer. Zo hebben alle zalen een functie gehad in
het familieleven van de geslachten Van Dam. In de ruimte wat nu
de grote
zaal is, stonden vroeger de rijtuigen, de paarden en de schapen.
Ook was er een bergplaats voor het gereedschap. Nog één ding is
het noemen waard: onder de raadzaal zit een kelder, in de tweede
wereldoorlog was dit een "smokkelhol", waarin vlees en
spek werd bewaard. Om te beletten dat "vreemden" deze
ruimte vonden was op het luik wat toegang verschafte tot de kelder
een zware kast geplaatst.
3. HET BOS, DE RUINE EN OUDE MOESTUIN
Het
bos van Brakel is een typisch kasteelbos met bomen van wel
meer dan 150 jaar oud en valt onder het beheer van het "Gelders
Landschap". Sommige delen van het bos zijn niet voor publiek
toegankelijk omdat de flora daar kwetsbaar is en er diverse beschermde
planten voorkomen zoals de gevlekte Aronskelk. In het voorjaar is
het genieten van de Stinsenflora, een benaming voor plantesoorten
die speciaal worden aangetroffen in tuinen bij adellijke woningen,
zoals sneeuwklokjes, narcissen, winterakoniet, sneeuwroem, blauw
druifje en adderwortel. In de zeventiger jaren is het bos uitgebreid
met zeven en een halve hectare nieuw loofbos zoals eiken, essen,
beuken en esdoornbomen. totaal heeft het Brakelse bos 2300 meter
wandelpaden.
Volgens overlevering zou het kasteel
Brakel rond 870 zijn gesticht door de Heer van Heusden, Boudewijn
ll, nadat zijn bezittingen hem waren ontnomen door de Vikingen.
De eerste geschreven geschiedenis van het kasteel stamt uit de dertiende
eeuw, met als onderwerp een zekere ridder Eustachius. In 1321 toen
het kasteel door blikseminslag werd getroffen, schonken deze ridder
en zijn zoon Stasekijn het aan de Graaf van Gelre en ontvingen het
weer in leen terug. In 1407 werd het kasteel door Hollandse benden
onder Graaf Willem Vl van Holland geplunderd en in brand gestoken.
Het definitieve einde kwam in 1672 toen Franse troepen onder Turenne
het kasteel vernielden. Er resten alleen nog maar wat overblijfselen
van het noodgebouw en van de hoektorens.
Het was Wilhelmus van Dam die in 1820 geïnspireerd werd tot het
maken van een gedicht, waarvan de eerste drie coupletten als volgt
luiden:
Bij de ruïne van 't Huis te Brakel
Hier bij deez' grijzen muur, de trots der voorgeslachten,
Hier zit ik eenzaam neer verzonken in gedachten,
en peins, hoe op deez aard de tijd, met reuzen krachten,
kasteel en stulp vergruist.
Hier dartelde eens de vreugd in ruime ridderzalen;
Hier klonk het rondgezang, bij 't schuimen der bokalen;
Thans is ledig, woest , en waar mijn ogen dwalen
Zie 'k niets dan hoopen puin.
Maar weinig jaren nog, en 't puin is ook verdwenen;
Dan groeit er welig gras op deez' vermolmde steenen,
En zal men naauw gehoor aan 's landsmans woorden leenen,
Dat eens een slot hier stond.
Enige jaren na het schrijven van dit gedicht werd de ruïne
toch aangepakt, de zuidwestelijke toren werd (met een te kleine
baksteen) hersteld, en een
fragmentenmuur gebouwd waarbij men zerken
uit de ontgraven grafkelder van de Hervormde Kerk werden opgenomen.
Waar zich nu de moestuin bevindt, was eertijds het omgrachte terrein
van de voorburcht. De ommuring dateert waarschijnlijk uit hetzelfde
jaar 1768 als de bouw van het huis Brakel. In 1981 werd alles grondig
gerestaureerd, de toegangsbrug en de ingang werden hersteld en de
oost- en zuidzijde voorzien van een haagbeukenheg. Midden in de
tuin kwam een put met pomp. Een deel werd gereserveerd voor schooltuintjes,
zover is het echter nooit gekomen.
Momenteel wordt het geheel perfect beheerd door een aantal vrijwilligers
en is de tuin twee zondagen per maand opengesteld voor publiek.
De vroegst bekende school stond op het marktplein ongeveer voor
het huidige gemeentehuis. In 1838 werd de eerste steen gelegd voor
een tweeklassig schoolgebouw (Marktplein 8). Op de hoeken (achter
de regenpijpen) zijn nog duidelijk de sporen zichtbaar waar eertijds
de kinderen dagelijks hun griffels slepen. In 1879 werd aan de buitenzijde
van de Waaldijk reeds de eerste steen gelegd voor een nieuwe
school. In verband met de dijkverzwaring inmiddels afgebroken.
5. DE KERK
Oorspronkelijk gebouwd als Romaans kerkje en gewijd aan St. Martinus,
de schutspatroon van het Utrechtse bisdom. Resten van het Romaans
kerkje zijn te zien in de noordmuur van het schip waar zich tufstenen
bevinden. De rondbogen van het schip
zijn een mooi voorbeeld van de Romaanse bouwstijl uit de elfde en
twaalfde eeuw, de spitsbogen tonen ons de gotische bouwstijl, vanaf
het eind van de twaalfde eeuw in ons land toegepast. In de vijftiende
eeuw werd de kerk verbouwd tot een driebeukige pseudo-basiliek.
De kerk bezit prachtige koorvensters met gebrandschilderde ramen
met de wapens van de heerlijkheid Brakel en die van de steden van
het Nijmeegse kwartier Zaltbommel, Tiel en Nijmegen en van het kwartier
zelf tevens wapens
van verschillende heren van Brakel. In het schip staat een fraai
gesneden preekstoel in Lodewijk lV stijl. Het orgel stamt uit 1895.
De jaartallen boven het orgel verwijzen naar veranderingen en verbouwingen
aan de kerk. 1645, 1749, 1825 en 1851. In 1825
is de preekstoel verplaatst, de grafkelder
in het koor ontsloten
en het ijzeren hek
geplaatst. Aan de muur in de consistorie prijken op het predikantenbord
de namen van verschillende voorgangers
waaronder Jacobus Buys Ballot (1823 - 1850), de vader van de bekende
natuurkundige. Ook stond hier J.C.W. Quack, bekend om het boek met
prenten over de watersnood in 1861, waarmee hij noodlijdenden steunde.
De vader van Cas Oorthuys, Gerardus, bediende van 1902 tot 1906
het woord. Cas is in Nederland een bekende fotograaf.
In april 1945 moest door oorlogsgeweld de spits
het ontgelden. Bij de restauratie in 1950 en 1951 is er een nieuwe
spits opgezet en is ook het voorportaal bij de ingang gebouwd. In
1995 is op de kerk een nieuw leien dak gelegd.
De Brakelse ponymarkt is een jaarlijks terugkerend familiefeest.
oorspronkelijk kende Brakel een paardenmarkt, ingesteld rond 1750
door Baron Willem
Hendrik Piek, Heer van Brakel. Hij leefde van 1668 - 1762. Tot
ver in de negentiende eeuw was er levendige handel in Brakel. Op
den duur veranderde deze markt in een jaarlijks terugkerende kermis
met draaimolen, zweefmolen, worstelaars, kop van Jut, koekslaan
en wat daar allemaal nog meer bij hoorde. Deze kermis werd in 1939
door de toenmalige burgemeester W.J. Pos afgeschaft. In 1963 is
door burgemeester J. Aantjes op de laatste zaterdag van september
de ponymarkt ingesteld.
Het beeldje is een geschenk van de RABO - bank, sinds enige jaren
op het marktplein gevestigd op de plaats van de boerderij
van de familie van de Veer. Het bankgebouw
is gebouwd naar het oorspronkelijke model van de boerderij.
7. HET VROUWTJE VAN BRAKEL
Dit
beeld, een schepping van de Giessense beeldhouwer Ton Koops,
stelt een Brakelse vrouw voor, die met een zorgelijke blik kijkt
naar de waterstand van de Waal. In het verleden heeft Brakel nogal
eens te lijden gehad van overstromingen. Het bronzen beeld staat
op de plaats, waar in het verleden het gemeentehuis "De
Ronduit" stond; ook dit karakteristieke gebouwtje moest
voor de dijkverzwaring wijken.
Toen Graaf Reinoud ll van Gelre het dijkrecht gaf was men nog niet
uit de problemen. Diverse malen braken de dijken in de Bommelerwaard,
en het water kwam dan door de dijkring hoger te staan dan men gewend
was, de mensen waren gedwongen hun woerden weer een stukje hoger
te maken en men verliet de laagst gelegen gebieden.
Meestal werden de dijkdoorbraken veroorzaakt door ijsdammen. Bij
de laatste dijkdoorbraak in de Bommelerwaard op 5 januari 1861 werden
in Brakel 27 huizen direct door het water verwoest.
Door de dijkverzwaring in de zeventiger jaren moesten alle huizen
aan de buitenkant van de dijk gesloopt worden, hierdoor veranderde
het gezicht van Brakel aanzienlijk, maar is de veiligheid van de
bewoners wel gewaarborgd.
8. DE KONINGSTRAAT
In 1974 bracht Gemeenschapsbelangen , de partij van de dokter, een
ware politieke aardverschuiving teweeg. De partij kreeg 34,7 procent
van de stemmen en kwam met twee zetels in de gemeenteraad, vijf
stemmen ontbraken om een derde zetel te bemachtigen. De partij was
ontstaan uit verontwaardiging tegen het beleid van de gemeente inzake
de dijkverzwaring en het saneringsplan Brakel-dorp. De strijd om
het voormalige gemeentehuis De Ronduit werd zo ver doorgevoerd dat
de rechter uiteindelijk een vonnis moest vellen.
9. HET SPIJKER
Eens was het Spijker de voorraadschuur van het kasteel Brakel. De
naam Spijker, afgeleid van het latijnse woord Spicarium, verraadt
de oorspronkelijke bestemming van dit gebouw. Spica betekent korenaar,
het
Spijker zou dan vanwege de onveiligheid in de Middeleeuwen een
versterkte opslagplaats geweest zijn van koren, waar ook de beheerder
van de "graan"-belasting woonde. De meeste "Spijkers"
in ons land zijn verdwenen, in Drenthe vinden we er nog een aantal.
Achter het Spijker is door middel van grondmetingen aangetoond dat
er waarschijnlijk nog een gebouw gestaan heeft, wellicht ook een
aanzienlijk slot, het kan zijn dat het Spijker met dit gebouw te
maken had en niet met het verder gelegen kasteel, inmiddels verworden
tot een ruïne.
Het Spijker heeft in de loop der tijden meerdere functies gehad,
zo was het een toevluchtsoord in roerige tijden en werden in de
leenkamer de zogenaamde tienden , de belastingen geïnd. In de veertiende
eeuw werden aan het Spijker aan de linkerkant cellen
aangebouwd, waarin geruime tijd monniken hun verblijf hadden. Volgens
de Gelderse volksalmanak verbleef hier zelfs een commanderij der
ridders van st Jan van Jeruzalem of van Malta. Behalve enkele Zaltbommelse
burgemeesters werd het Spijker ook bewoond door een predikantenfamilie
ds. J.Jeanette. Van hem gaan verhalen rond dat na zijn dood het
spook van de dominee op de dag van zijn uitvaart jaarlijks rond
het Spijker vertoefde. Hierna kwam het Spijker in bezit van Godefridus
van Everdingen die de oostelijke zeshoekige toren liet afbreken
en schuren en stallenen hooibergenen het geheel liet inrichten als "bouwerij" met
koeien, varkens en paarden. In 1837 kwam het
Spijker in bezit van de familie Wilhelmus van Dam. Een bekende
bewoner was Dirk Willem van Dam (1901 - 1991), dijkgraaf van de
Bommelerwaard en tijdens de oorlogsjaren werkzaam in het verzet.
Na de bevrijding werd hij districtscommandant van de binnenlandse
strijdkrachten in de Bommelerwaard.
Het Spijker wordt momenteel bewoond door de familie G.O. van Dam.
Boven de hoofdingang heeft de familie Wilhelmus van Dam het wapen
van Rotterdam laten aanbrengen. Opmerkelijke details rechts
zijn de getraliede nis, waarin zich eertijds een borstbeeld bevond,
met daarboven een beschilderde gedenkplaat met een Latijnse wapenspreuk
uit een tekst van Vergilius: Non inferiora secutus (geen lagere
dingen nagestreefd). Deze nis is omlijst door twee Ionische zuiltjes
met segmentvormig fronton. De versieringen zijn na 1837 aangebracht.
Links van het Spijker is nog een deel van de brug te zien die de
verbinding met de kerk vormde.
10. BOERDERIJ EN KERKEPAD (Flegelstraat 1)
De
boerderij waarvan het oudste deel dateert uit de 17e eeuw is
verbouwd in 1793 ,en heeft aan de achterzijde een typisch Gelders
schild waaronder het hooi gelost kon worden. aan de voorzijde van
de boerderij, langs de tuinmuur loopt nog een oorspronkelijk stukje
kerkepad, dit historische
pad was honderden jaren oud en liep over een rug van terpen
en was tot enkele decennia geleden nog in gebruik. Vanaf het
marktplein liep dit pad 500 meter het dorp in.
11. TERPSE POMP
De
pomp ligt op een pleintje in de splitsing van twee wegen. De
pomp is in 1982 geheel nieuw opgemetseld. De oorspronkelijke pomp
was gemetseld in kruisverband. Het was een openbare watervoorziening
van het dorp.
12. ENKELE MARKANTE PANDEN AAN DE WAALDIJK.
a. In "De kooihoek" Hoek Waaldijk/Kooihoek is een handboekbinderij
gevestigd.Deze T-boerderij
is gebouwd circa 1880 en in 1911 herbouwd na
de brand. Boven de enkel-ruits schuiframen zijn glas-in-lood
bovenlichten aangebracht.
Tijdens de brand in 1911 gingen 39 woningen, 16 hooibergen en 42
hooimijten verloren, er waren toen 210 mensen dakloos.
b. Het huis aan de Waaldijk
nummer 101 is gebouwd in 1912, na de brand van 1911. We geven
een beschrijving van een paar details. Boven de vensters van deze
gevel zijn cementbogen aangebracht met geprofileerde hardstenen
geboorte- en sluitstenen. In de boogvelden zijn tegeltjes (oorspronkelijk
gele en groene) in ruitpatronen gezet. In het metselwerk lopen enkele
(oorspronkelijk gele) sierbanden. Onder de dakrand is een fries
gemetseld van (rode en gele) stenen in blokpatroon. Inmiddels zijn
na renovatie van het pand de gekleurde stenen wit geverfd.
c. Waaldijk 137 heeft de mooie naam van "Ooievaarsnest".
Het bouwjaar van deze T-boerderij is ongeveer 1850, inmiddels is
het pand verbouwd tot woonhuis. Voor deze tijd heeft op deze plaats
een groter gebouw gestaan. Achter dit markante pand is inmiddels
de nieuwbouwwijk "De Haag" verrezen.
13. DE KERK VAN DE GEREFORMEERDE GEMEENTE
In 1983 is de nieuwe
kerk van de Gereformeerde Gemeente in gebruik genomen. De kerk
kreeg de naam: Vluchtheuvelkerk. De oude
kerk aan de Joncker Aertendam stamde uit 1952 en is inmiddels
verbouwd tot woonhuis.
14. TOT SLOT
Bronvermelding:
- Topografisch tijdschrift - koninklijk Nederlands aardrijkskundig
genootschap
Nieuwe reeks XX11 1988 nr 3
- Tussen de Voorn en Loevestein nr 26. September 1974.
- Tussen de Voorn en Loevestein nr 87. December 1994
- Een Brakels verhaal - De Gecombineerde - januari 1979
- Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden - A.J. van der Aa.
- Monumenten van geschiedenis en kunst in de provincie Gelderland,
de Bommelerwaard - F.A.J. Vermeulen - 's Gravenhage 1932.
- Beschrijving gemeentelijke monumentenlijst - Gelders Genootschap,
ir. D.B.M. Hermans en drs. M.M. Laverman - 1991/1992.
- Middeleeuwse kastelen van Gelderland - F.M. Eliëns en J. Harenberg
- Rijswijk - 1984
- Tot in de bodem uitgezocht - Brakel - 1990
- Flitsende geschiedenis van Huis Brakel - Johan van Vossen - 1993