EEN BEKNOPTE BEWONINGSGESCHIEDENIS VAN HET
SPIJKER
Verscholen achter hoge bomen en omgeven door een kleine gracht ligt
naast de Hervormde kerk in Brakel het Spijker, toegankelijk via
een brug met daarop een fraai ijzeren hek. Eens behoorde de grond
waarop het Spijker gebouwd is, samen met het kasteelterrein en de
grond waarop de kerk zich bevindt tot één eigenaar: de heren van
Brakel, grootgrondbezitters met verschillende erfelijke rechten
en een zekere macht vanwege de heerlijkheid welke zij moesten besturen.
Aan de oostzijde van het terrein rijst een muur uit de gracht op.
vroeger lag daarop een brug met een rechtstreekse verbinding met
de nabijgelegen kerk.
De westzijde van het hoge gedeelte is in trapgevelvorm gebouwd,
op de voorgevel sieren een drietal fraaie ijzeren ankers. De oude
hoofdingang van het hoofdgebouw en het raam ernaast is in Gotische
vorm. Boven de oude hoofdingang heeft de familie van Dam het Rotterdamse
wapen laten schilderen. Andere opvallende details aan het Spijker
zijn de na 1837 aangebrachte getraliede nis (een bidkast) waarin
eertijds zich een borstbeeld bevond. Daarboven een beschilderde
gedenkplaat met een latijnse wapenspreuk uit een tekst van Vergilius:
"Non inferiora secutus", wat betekent: geen lagere dingen
nastrevend. Dit alles is omlijst door twee ionische zuiltjes waarop
een
segmentvormig fronton. Onder het oudste oostelijk gedeelte bevindt
zich een grote met bakstenen tongewelf overkluisde kelder. In het
oostelijk gedeelte van het Spijker bevinden zich boven elkaar drie
cellen met op de deur de namen St Petrus, St Maria met daaronder
een bordje met het opschrift secretarie der heerlijkheid Brakel
en St Johannes. In deze cellen bevinden zich ook vensters beschilderd
met wapens in grisaille techniek. Op de eerste verdieping bevindt
zich ook volgens het opschrift op de deur de "leenkamer".
In de benedenverdieping van het hoge gedeelte bevindt zich boven
verschillende deuren lambrisering met daarop afbeeldingen van wapens.
Enkele deurposten in het lage gedeelte zijn gemaakt van delen van
oude rankenkasten. De antieke tegels in de schouw zijn in 1938 aangebracht
en afkomstig uit een kasteel uit Wychen. In de tuin, tegen de voorkant
van het huis bevinden zich gebeeldhouwde kraagstenen, afkomstig
uit het raadhuis te Heusden, op een van de stenen staat het jaartal
1635. De drempel bij de voordeur is een oude grafzerk waarschijnlijk
afkomstig uit het koor van de kerk, rond 1825 zijn in ieder geval
ook zerken ingemetseld in de ruïne van het slot.
In het terrein tussen de ruïne en het Spijker is door middel van
grondmetingen aangetoond dat er meer in de grond zit dan men vermoedt.
Het kasteel waarvan nu nog enkele resten overeind staan stamt uit
de negende eeuw. De verborgen funderingen in het terrein tussen
de ruïne en het Spijker moet nog nader onderzocht worden. Het Spijker
heeft waarschijnlijk als toegangspoort gefungeerd van het erachter
gelegen kasteel. Aan het oudste gedeelte, wat dan het poortgebouw
geweest moet zijn, zijn in de loop der eeuwen aan beide zijden stukken
aangebouwd. Aan de ene zijde zijn dat de huidige "cellen"
en aan de andere zijde het lagere woongedeelte. Verschillende bouwfragmenten
in de keldergewelven onder het Spijker duiden op een nog oudere
datering met wellicht een vroegere woonfunctie. De naam Spijker
is afgeleid van het Latijnse woord Spicarium (spica = korenaar)
en duidt op een voorraadschuur, een opslagplaats van graan. Deze
verzamelplaatsen werden eertijds bewoond en zodanig versterkt dat
deze ook vaak gebruikt werden als toevluchtsoord in roerige tijden.
In de leenkamer van het Spijker werden naderhand de zogenaamde
tienden, de belastingen geïnd.
De heerlijkheid Brakel bleef niet onverdeeld. in 1318 toen Staeske
(Eustatius) Heer van Brakel was, vond er een scheiding plaats, niet
alleen in de bezitting, maar ook in de landerijen rondom het slot,
waardoor het Spijker aan een stamgenoot, eveneens een Staeske van
Brakel kwam "als een vrij, eigen en niet leenroerig goed met het
recht van krijtende tienden en velerhande thynsen".
Ten tijde van Dirk van Brakel werden aan de eigenlijke poort van
het Spijker vier cellen gebouwd. Een van die cellen werd ter bewoning
afgestaan aan broeder Peter, een edelman die in de nabijheid van
zijn geliefde wilde vertoeven, een zekere jonkvrouwe Sophia van
Brakel, die in het koor van de kerk begraven lag. Peter wijdde zich
aan verschillende kunsten en ontwierp in die tijd het prachtige
klooster Peterspoel nabij Zaltbommel. Dit klooster werd omstreeks
1400 gesticht, dankzij een schenking van de Vrouwe van Brakel, Catharina
van Polanen. Volgens Ds Quack (in de Gelderse volksalmanak van 1875)
is het Spijker tot 1616 het verblijf geweest van een commanderij
der ridders van St Jan van Jeruzalem of van Malta.
Na de reformatie rond 1600 was Joost van Giessen de eigenaar van
het Spijker. De heer van Brakel had het collatierecht, dat hield
in dat hij de predikant mocht benoemen. Echter Joost van Giessen
was aan de oude leer gehecht en wilde niet op het Spijker wonen
en geen protestantse voorganger benoemen. Tussen 1589 en 1615 heeft
het dorp ook geen protestantse predikant gehad.
De dochter van Joost van Giessen, Maria, huwde met Godefroy van
Ghent. Op 31 januari 1683 werden de goederen door vrouwe Maria Drommont,
weduwe van Joachim van Ghent, heer van Meinerswijk, overgedragen
aan burgemeester Willem Verbolt en later aan Gerard van Minninghen,
beiden burgemeester van Zaltbommel.
In het Rijksarchief in Arnhem bevindt zich een contract uit 1734
waarbij de heer van Brakel aan de nieuwe predikant van Brakel ds.
J. Jeanette het herenhuis met plein verhuurt om daarvan een hof
te maken. Waarschijnlijk wordt hier het kasteelterrein mee bedoeld.
Bij die verpachting behield de heer van Brakel het recht om bij
zijn verblijf in Brakel in dit huis te logeren. Ds Jeanette was
predikant in Brakel van 1734 - 1784. In 1763 kocht hij voor f1700,--
het Spijker met bijbehorende landerijen (81 morgen en 5 hont) van
de erven van vrouwe Beatrix Albertina Pielat, die erfgename was
geweest van haar eerste man Gerhard van Minninghen, de reeds eerder
genoemde burgemeester van Zaltbommel. Op de preekstoel ging ds.
Jeanette fel te keer tegen de oude leer. "Na zijn dood",
zeggen de volksverhalen, "waarde het spook van de oude dominee
elk jaar op de dag van zijn uitvaart nog rond in het Spijker".
In 1764 werd Gerard van Everdingen, schout van Deil tot rentmeester
van Brakel aangesteld en in 1767 volgde hij Staets van Bijsterveld
op als secretaris em dijkschrijver. Gerard had o.a. ook de functie
van administrateur van de steenoven in Brakel. Hij kreeg als woning
het huis van de Heer van Brakel ter beschikking (Welk huis is niet
duidelijk). De dochter van ds. Jeanette huwde met zijn zoon Godefridus
van Everdingen. Zij betrokken in 1784 na het overlijden van ds.
Jeanette het Spijker. Deze Van Everdingen liet de oostelijke zeshoekige
toren afbreken, bouwde stallen, schuren en hooibergen en liet het
Spijker inrichten tot een "bouwerij" met koeien, varkens
en paarden.
De kadastrale legger uit het begin van de negentiende eeuw van de
gemeente Brakel vermeldt nog als eigenaars van het Spijker met landerijen
er omheen Cornelis van Leeuwen en Hendrikus van Everdingen. Als
plaatselijke benaming vinden we voor deze bezittingen" de oude
en de nieuwe Spijker. Daarna komt het in bezit van de familie van
Dam.
Sinds 1780 was de heerlijkheid Brakel door vererving via Maria Aletta
van Wageningen, (echtgenote van Dirk Willem van Dam, 1748-1795)
al in bezit van het geslacht Van Dam. Pas in 1837 werd het Spijker
en omliggende landerijen verkocht aan Wilhelmus van Dam (1779-1858).
Door deze aankoop door de heer van Brakel kwam het voormalige slot
en het Spijker weer in bezit van één eigenaar. Deze Wilhelmus werd
in Rotterdam geboren en trouwde in 1803 met Madelaine Marie Geraud,
die hem in 1846 ontviel. Hij hertrouwde in 1848 met Helene Ditmars.
Van 1818 tot 1841 was hij burgemeester van Brakel. Wilhelmus was
een goed zakenman. Hij exploiteerde zelfs een gasfabriek, had gevoel
voor cultuur en natuur en vertrouwde zijn gevoelens veelvuldig aan
papier toe. Ook schilderde hij landschappen in de romantische stijl
van die tijd. Hij liet een nieuw park rond de rune aanleggen en
verbouwde in 1811 het huis Brakel.
Wilhelmus van Dam heeft in Frankrijk van 1812 tot 1814 gevangen
gezeten. Na terugkeer heeft hij zich in de historie van zijn landgoed
verdiept en verzamelde voorwerpen uit de gracht rond de ruïne. Na
aankoop van het Spijker in 1837 liet hij het terrein aan de voorzijde
ophogen en rondom een gracht aanleggen In de jaren erna werd het
gebouw in middeleeuwse stijl gerestaureerd. Hij liet bijvoorbeeld
in de vensters enige, gebrandschilderde ramen plaatsen, afkomstig
uit het naburige huis het Ooievaarsnest. De in totaal acht ramen
(afmetingen 52,5 bij 114,5) waren verdeeld over twee vensters met
kruiskozijnen. Zes ramen waren wapenschilderingen, de overige twee
gaven een viertal episoden weer uit het leven van Job. Dat doet
vermoeden dat ze oorspronkelijk uit de Nederlandse Hervormde kerk
afkomstig zijn. Enkele van deze ramen zijn naderhand bij een restauratie
van de ruïne daarin geplaatst. Twee ervan hebben tot ongeveer 1913
in de voorramen van het Spijker gezeten. Wilhelmus richtte met de
vondsten uit de gracht rond de ruine en andere bezittingen het gebouw
in als oudheidkamer en stelde het open voor belangstellenden.
In 1856 werden de kostbaarheden uit het Spijker naar Den Haag overgebracht
en daar geplaatst in het huis op de Prinsessegracht hoek Kanonstraat.
Jean Boudet van Dam, de jongste bij het overlijden van Wilhelmus
van Dam van Brakel in 1858 nog in leven zijnde zoon, werd bij de
boedelscheiding door loting eigenaar van de bezittingen in Brakel,
waaronder het Spijker. Door ruiling van een erfenis werd op 1 januari
1879 Jean P.H.M.L. van Dam van Brakel de rechtmatige eigenaar, daarna
diens zoon Dirk Willem (1866 - 1931) en kleinzoon, eveneens Dirk
Willem (1901 - 1991).
Vermeldenswaard is dat gedurende de overstroming van 1861 het Spijker
enige weken als kerk heeft gediend voor de Nederlandse Hervormde
gemeente. Tot 1862 heeft ook het departement Brakel der Maatschappij
tot Nut van het Algemeen zijn vergaderingen in het Spijker belegd.
Van 1901 tot 1907 woonden Bastiaan Vervoorn, landbouwer, met zijn
vrouw Alida Gonda van Zanten op het Spijker. Zij kwamen van het
Marktplein en vertrokken naderhand naar de Flegelstraat. In die
tijd kregen zij twee zonen, Cornelis Leendert en Otto.
Vanaf 1904 woonde tevens Wilhelmus Jan Jacob van Dam (1876-1958)
in het Spijker. Hij huwde in 1906 Jacoba Goverdina Boudet van Dam.
Vanaf 1906 hadden zij twee dienstbodes die ook op het Spijker woonden,
het waren Peterke Versteeg en Johanna Sustronk, de dochter van Cornelis
Sustronk uit de Nieuwstraat. In 1907 diende Antje Hanegraaf en in
1908 Barbera van Wijgerden de familie van Dam op het Spijker. Met
hun zoon Jean Paul Henri (1907 - 1978) en dienstbodes Peterke Versteeg
en Barbera van Wijgerden vertrok de familie in 1908 naar Gorinchem.
In 1909 verhuisde de Postbode Jacobus van Wijk, "Coos de Post",
met zijn vrouw Dirkje van Veenendaal en hun kinderen van de Dijk
naar het Spijker. Zij hebben daar tot 1913 gewoond.
Als koetsier voor de familie van Dam was Antoon Albertus van den
Heuvel benoemd. Toon werd in 1874 in Horssen geboren en was Waardsman
in Brakel. Hij kwam in 1903 naar Brakel en trad in dienst bij de
familie van Dam van Brakel. Hij woonde met zijn zus Elisa Willemina,
en zijn vrouw Regina Pruissen op het Spijker. In 1916 werd Jan Willem
geboren, de familie verhuisde naderhand naar Huis Brakel, maar zijn
zuster ging in 1915 weer terug naar Horssen.
In 1917 kwam Dirk Willem van Dam van Brakel (geb. 1866) met zijn
vrouw Madelon Sophie Elisabeth Vermeulen en hun twee kinderen Dirk
Willem en Louisa Geertruida Christina uit Den Haag naar het Spijker.
Ook de dienstbodes woonden daar: Anna Bras, Adriana Kuip en Martijntje
van Wijk. In 1920 vertrok de familie met de dienstbodes, behalve
Anna, naar Huis Brakel.
in 1920 werd het Spijker bewoond door familie Thooft uit Rotterdam.
Theodorus Thooft(geboren in 1857 in Zaltbommel) was Kantonrechter
en getrouwd met Jeanne Apollonia Vermeulen, de zuster van mevrouw
van Dam van Brakel Vermeulen die op het Huis woonde. Zij bleven
met hun dochter Louisa en kleindochter Johanna Jeanne Kehrer tot
1926 op het Spijker waarna ze met de dienstbode Josina van der Linden
weer naar Zaltbommel verhuisden. Hun zoon Herman Thooft, geboren
in 1896 in Harderwijk, verbleef van januari 1924 tot juli 1925 op
het Spijker waarna hij naar Indië vertrok.
Het Spijker staat de daarop volgende jaren bekend als tuinmanswoning.
Dirk Willem van Dam had een fruitbedrijf en Leendert van der Stelt
was bij hem in dienst. Leendert kwam in 1923 vanuit Dussen naar
de Gortstraat en bewoonde vanaf 1926 met zijn gezin het Spijker.
Zijn vrouw Goverdina Smits kwam uit Meeuwen, waar ook hun dochter
Margrietha werd geboren. De andere twee dochters werden in Brakel
geboren, Maria in 1923 en Wijnanda Goverdina in 1930.
Als laatste heer van Brakel woonde Dirk Willem van Dam in het Spijker.
Hij leefde van 1901 tot 1991 en huwde in 1938 met Frederica Adelaïde
Scheltus. Vanaf dat moment bewoonden zij het Spijker. Dirk Willem
van Dam heeft in de Bommelerwaard, evenals zijn vader, verschillende
functies vervuld. Van 1932 tot 1969 was hij dijkgraaf van de Bommelerwaard
beneden de Meidijk. In de oorlogsjaren districtscommandant van de
Binnenlandse Strijdkrachten in de Bommelerwaard.
Op 21 september 1944 is Van Dam nog aan een gevangenneming ontsnapt
door zich schuil te houden op de zolder van het Spijker. Gezeten
op het luik en beschermd tegen de kogel door een zak schapenwol
bracht hij het er goed van af. In zijn plaats werd de vrouw des
huizes meegenomen. Dit voorval was slechts een voorspel op de razzia
die plaats vond op 13 oktober van datzelfde jaar, waarbij menigeen
zich de spannende momenten op het marktplein nog zal herinneren.
Gelukkig is dit voorval zonder bloedvergieten afgelopen.
In 1993 kocht de fam. G.O. van Dam uit Bilthoven het Spijker en
werd begonnen met een grondige restauratie.
BRONVERMELDING:
* De monumenten van geschiedenis en kunst "De Bommelerwaard" 1932
* Histories-romantische tijdkortingen - Wilhelmus van Dam van Brakel
(Tussen de Voorn en Loevestein nr 30 jaargang Xll augustus 1976,
nr 31jaargang Xll december 1976 nr 32 jaargang Xlll augustus 1977)
* Inleiding archief van de familie van Dam van Brakel (1307-1379),1381-1959
door J. den Draak m.m.v. A. Houtkoop en F.F.J.M. Geraedts. gelderse
inventarissenreeks 27.
* Een dramatische tijd voor Brakel- M.W. Schakel
* Tieler- en Bommelerwaarden 1327-1977 - Prof. Mr O.Moorman van
Kappen, Mr Jan Korf en Mr O.W.A. Baron van Verschuer
* Perceels-gewijze kadastrale legger / lijst der grondeigenaren
- archief gemeente Brakel
* inventaris van het archief van het dorpsbestuur van Brakel 1645
- 1817 - J.J.A. Buylinckx
* Het Spijker en het huis te Brakel - C. Vreedenburgh Jr (uit: Buiten,
geïllustreerd weekblad nrs 46 en 47 november 1914)
* Bevolkingsregister 1900 - 1930 - Streekarchief Bommelerwaard te
Zaltbommel index 6 nr 23, index 7 nr 25, index 8 nr 27.
* Kent u ze nog... de Brakelsen - R Dijkhof. Europese Bibliotheek
Zaltbommel 1983
A. de With
(Dit artikel is ook verschenen in het tijdschrift Tussen De Voorn
en Loevestein nr. 84, december 1994 van de Historische Kring Bommelerwaard)