In het geïllustreerd weekblad "BUITEN" van 21 november
1914 staat een artikel over het Spijker te Brakel, daarin wordt
melding gemaakt van een achttal ramen die in het begin van deze
eeuw in twee vensters met kruiskozijnen in het Spijker zaten. De
oorsprong van deze glas-in-lood
ramen is echter niet duidelijk. Wel is bekend dat de ramen van
het Ooievaarsnest afkomstig waren, maar of ze daar ook echt gebruikt
zijn geweest blijft een vraag. De voorstellingen op de ramen doen
trouwens vermoeden dat het oorspronkelijk kerkramen geweest moeten
zijn. Op zes ramen zijn wapens afgebeeld, terwijl de andere twee
een viertal bijbelse voorstellingen weergeven, episoden uit het
leven van Job. De ramen zijn versierd met afbeeldingen van bloemen,
vlinders en vogels, zoals een ooievaar, een ijsvogel en een putter.
Op de ramen komt het jaartal 1616 voor en verschillende familienamen
zoals Cuyper, Brouwer, van Willigen, van Sterkenbuerch en Blancken.
Op een van de ramen staat de tekst: "Joffrou Maragrita mon
weduwe van wijllen Jan Marcus, de bij in zijn leven commandeur en
Capyteyn opt fort tot Loevesteyn Ao 1649". De ramen zijn allemaal
even groot en hebben een afmeting van 114,5 cm bij 52,5 cm.
De ramen zijn geveild in 1913,
Brakel.veilingnummer 109 (met foto's in de veilingcatalogus) Acht historische ramen met de volgende inscripties :
- "Nicolaes Goltsen, ontfanger der Nijmegens quartijer in thielreweert ende
schep en der Hooge gerichtse Banke van Zuijlichem ao 1649"
- "Jeffrou maragrita mom wedewe van wijllen Jon Marcus de bij in sijn leven
commandeur en capijtein opt fort Loevesteijn ao 1649"
- "Wolther Douw .. beiden .. sijne huijsvrouw ao 1649"
- "Quirijn de Cock landt schriuer in boemelreweert en secretaris der Hooghe
gericht drieu ao 1649"
- "Frans Crij.. Bruijn Ariensz Cuijper ao 1599"
- "Ariaen Buijs Rotgersz, brouwer tot Gorchem 1617"
- "Jans van Willigen ao 16.0"
- "Huibert Jans van Willigen Deijckheem tot Brakel en Griet.."
- "Jan Huijbertsz 16.."
- "Rommit Adriaensz Blancken 1659"
- "Tomas van Sterckenbuerch advekaet van den Edelen hove van Utrecht ao
1649"
- "An.. Hermansz, dijckheemraat tot Brakel 1659"
- "Job van sijns goets verlies en van sijns kinders doot / Ja van sduijvels
gequel noch van swijfs schimpigh woorden / Is niet van godt gekeert maer
sprack met woorden bloot / Godt gad god nam dits 't quaest dat men oijt
hoorde 1616"