Brakel 1919-1940 en het ontstaan van de fanfare "Oefening Baart
Kunst"
Het geluid van de wielen van een kar, meeuwengekrijs boven vissersboten
in de Waal, zacht vogel-gesjilp in de fruitbomen langs de dijk,
kinderstemmen komen uit school, geblaf van een waakhond. Gerinkel
van emmers bij de waterpomp, gehamer in de smederij, een klingelend
winkelbelletje, een zingende vrouw op de bleek.......Dat hoorde
men toen, niet veel meer. 's Nachts was er alleen het geratel van
"de klepperman ", die waakte over het dorp. Geuren van mest, gebakken
spek, hooi, sloten en van de muurbloemen in de tuin. Geen motormachines,
vliegtuigen, auto's en radio's te horen. Brakel leefde betrekkelijk
geïsoleerd, elk gezin zorgde vrij moeizaam voor zijn eigen hachje;
een varken, soms wat geiten in de stal, kool bonen en aardappels
in de tuin. In talloze kleine winkeltjes kon men het hoogstnodige
aanschaffen. Het was de tijd van de kermis na de paarden- en ponymarkt,
maar er was ook altijd gevaar voor brand in de rietendaken, kans
op overstroming van de Waal en het risico een ziekte zoals tuberculose
te krijgen. Er was grote armoe, men verdiende bitter weinig, behalve
de grote boeren en de notabelen. Waterleiding was er niet, met haalde
water bij de pompen, elektriciteit begon men net aan te leggen en
ook toen die er was, ging men vroeg naar bed. Het waren lange werkdagen
en men was vaak eindeloos op pad voor zijn werk, velen hadden geen
vervoer en zelfs geen fiets. Vertier zoals wij het nu kennen bestond
amper, iedereen had het druk met overleven. Toch moet het een bijzondere
tijd zijn geweest, men had een groot samenhorigheidsgevoel, er was
veel burenhulp. Langzaam maar zeker ontstonden er wat verenigingen,
als je alle oude foto's bekijkt en verhalen hoort.
Na de demobilisatie in 1918 kwamen soldaten weer naar huis, jongens
die soms vier jaar weg waren geweest. Sommigen hadden in het leger
trompet gespeeld, kwamen in het stille Brakel terug en verlangden
na korte tijd weer naar het gezamenlijk muziek maken. In 1914 waren
de muziekinstrumenten van het corps, dat toen al in Brakel was,
verdwenen naar fort Giessen, waar militairen gelegerd waren. Dertien
instrumenten kwamen terug naar Brakel. In het voorjaar van 1919
werd er druk overlegd en vergaderd om te kijken of er een nieuw
corps opgericht kon worden. Er meldden zich veertig jongens en mannen
aan, er waren dertien instrumenten en er was geen geld! Dankzij
de vele verhalen van de mannen van "het eerste uur", zoals Jan de
Pater en Jan Piet van der Linden, weten we nu hoe moeilijk het was
om aan financiën te komen en hoe inventief men was in die dagen,
er waren geen subsidies, geld in te zamelen. Collectes, verkoping
van bloemen, donaties en een inleggeld van f 5,00 per lid plus een
wekelijkse contributie van 15 cent maakte het mogelijk om op 20
mei 1919 tijdens een vergadering in het Werkliedengebouw het "Brakels
Fanfare Corps "op te richten. In 1924 werd pas de naam in "Oefening
Baart Kunst" veranderd, tegelijkertijd was men de trotse bezitter
van een prachtig zwart vaandel
Een foto uit 1924 leert ons, dat er tijdens het eerste lustrum in
een muziektent (hoek Posweg-Kruispad) werd gespeeld. Als je een
latere foto bekijkt zie je een flinke groep krachtige jongemannen,
ouder lijkend door hun plechtige en trotse gezichten, strijdlustig
en kameraadschappelijk. Hoe zij in de loop der jaren allemaal aan
een instrument kwamen, zal veel hoofdbrekens hebben gekost; het
vaandel betalen zal ook niet makkelijk zijn geweest. Van groot belang
voor het corps was Machiel van Dalen (Giel de Post), hij hield de
kantoorhandel en het postkantoor in Brakel. Met de oprichting van
O. B. K. zijn ook de geluiden in Brakel veranderd. Bij elk evenement
trad de fanfare op: serenades, rondgangen (met collecte) door het
dorp, concerten in de tent en bij feesten op de Weitjes.
Natuurlijk moest er thuis goed gestudeerd worden. Wilde men lid
worden dan kreeg je een toonladder op papier mee naar huis, die
je moest oefenen en de volgende week voorspelen. Lukte dat dan mocht
je voortaan meespelen. Dit is bijna hetzelfde verhaal, als wanneer
je het rijbewijs wilde halen: men moest dan zonder schade het marktplein
kunnen rondrijden en klaar!
De heer A. Hanegraaf hielp met noten lezen en muzieklessen. Het
moet wel anders geklonken hebben dan nu. In het begin waren de instrumenten
slecht en de twee eerste dirigenten waren niet al te succesvol.
(Één was bierbrouwer). Dirigent nummer drie was een harde, hij leidde
het corps met ijzeren vuist: majoor Stoot (1920-1922) Met een apart
respect spraken de oprichters over hem. Deze dirigent liet zijn
mannen buiten, achter het werkliedengebouw repeteren met het argument:
"Het concours wordt buiten gehouden, dus moeten we ook buiten oefenen
". Na de repetitie werd de dirigent, die in Leerdam woonde, door
weer en wind in een bootje over de Waal geroeid, omdat de veerboot
's avonds laat niet meer voer.
Als je het jubileumboekje 1919-1969 bekijkt (o.a. samengesteld door
Adrie van Dalen, een van de zoons van Giel de Post) valt het op,
dat de "mannen van de muziek "er alles aan deden om hun orkest succesvol
te maken. Na het afscheid van majoor Stoot werd Joh. Van Berkel
de dirigent. Een voortreffelijk musicus en een bijzonder mens. Nog
steeds hoor je de ouderen van O. B. K. over hem praten; hij bleef
tot 1968.
Tot 1940 ging men bijna elk jaar naar een concours. Langzaam maar
zeker drongen ze door tot de superieure afdeling. Meestal gingen
ze op de fiets (die je in die tijd kocht bij Roel van Zanten de
fietsenmaker voor f 35,00, en in vijfendertig weken kon afbetalen!)
naar de plaats waar het concours werd gehouden. Soms ook per boot
en later wel eens in een gammele bus. Er was geen ander vervoer.
Als je nu de ogen sluit, kan je de groep muzikanten voorstellen:
op de fiets, misschien een karretje er achter, instrumenten op de
rug in een lange rij vanaf het Werkliedengebouw richting veer. Hadden
ze hun nette kleding, er waren nog geen uniformen, in een zak mee?
Hoe zat het met de schoenen? Veelal liep men toen op klompen. Hoe
vervoerden ze het mooie vaandel bij slecht weer?
In het jaar 1929 ging het minder goed met O. B. K., ongetwijfeld
door de invloed van de grote economische crisis. Er waren ook veel
stakingen o.a. in de steenfabrieken en andere industrieën. Deze
crisis trof het gehele land. Door de volharding van de secretaris
en tweede dirigent Giel de Post bleef de "muziek " overeind. Ook
bestuursleden in die tijd, J. de Pater, H. van Daalen, J.P. v.d.
Linden en Joh. van Dalen hielden vol. Zij dwingen ook nu nog groot
respect af . Jarenlang, tot zij door hoge ouderdom niet meer konden
spelen, zijn ze trouw lid gebleven, tot in de tachtiger- negentiger
jaren. Na de moeilijke jaren ging het weer opwaarts met O. B. K.
en haalde men steeds eerste prijzen op concoursen. Ter gelegenheid
van het vijftienjarig bestaan in 1934 werd er een groot feest georganiseerd:
AHet Groot Nationaal Concours voor Muziek- en Zanggezelschappen
". Als je het gidsje leest, dat toen uitgegeven is, raak je onder
de indruk van wat er allemaal voor gedaan is. Denk eens aan, hoe
dat ging in die tijd, nauwelijks telefoon, geen computers, weinig
vervoer. In de feestgids staan veel advertenties - 71 stuks - van
ondernemers uit Brakel en omgeving; interessant om te lezen, alweer
een stukje tijdsbeeld. Een paar voorbeelden: "Het café Veenendaal wordt aan Heeren Reizigers beleefd aanbevolen."
Of deze: "Werklieden gebouw: Gelegenheid tot Repeteeren, lessenaars voorhanden,
prima consumptie, billijken prijs, minzaam aanbevelend A. Van Dalen
CZ."
En Bertels Oliefabrieken adverteerde: "Ratiokoekjes van rationeele voedering, kunstkorrels geeft meeste
eieren en sterkste kuikens, vitaminemeel is beter dan vischmeel."
En bakker G.C. Buis uit de Nieuwstraat: "Versche gebakjes steeds voorhanden."
Een winkel in Zaltbommel adverteert met: "Sokophouders, Jaratelles, Directoires , Tafelzeilen, en Cocoslopers
".
Verder valt op hoeveel mensen dit evenement hebben voorbereid: het
bestuur (5), leden (19),leerlingen(4), vaandrig en tromslager, ere
comité (11) en uitvoerend comité (10). Negentien verenigingen deden
mee aan dit festijn: harmonieën, fanfares, koren en accordeon- mondaccordeon-
en mandoline verenigingen. Drie dagen lang was het feest op de Weitjes:
18, 19 en 21 mei. Ook was er ondertussen een Paardensportfeest.
Een eerste prijs leverde 10 gulden op en dat gold ook voor de muziekverenigingen.
Het programma kostte 10 cent, er was toezicht op je rijwiel á raison
van 10 cent en op het concoursterrein waren onder andere een danstent,
zuurkraam, fruittent en een "fotoinrichting". In de consumptietent
kon men aan het buffet bier kopen vanaf 15 cent, grenadine voor
15 cent, boerenjongens kostte 20 cent en een broodje kaas ook 20
cent. De toegangskaarten kostten, afhankelijk van het tijdstip 20
cent tot 50 cent. Het voorwoord en de geschiedenis in de gids werd
geschreven door het hoofd van de school, H. J. J. Weststrate. Hij
begint met:
Kom, kluizenaar, de cel gesloten!
Naar buiten, in den Zonneschijn!
Genoeg gemijmerd, nu genoten!
Wij vieren Feest: gij moet er zijn.
Het is de moeite waard om de gespeelde werken van de verenigingen
te bestuderen. Hoe anders is het nu na al die jaren!. De fanfares
en harmonieën speelden voornamelijk marsen, walsen en ouvertures.
De koren zongen liederen in de trant van: "'t vuurtje gaat uit, het keteltje zeurt"
of "Als het suislend avondkoeltje zacht zijn sluimerliedje zingt"
of "Hei molentje, molentje Hoog in de Wind"
De naam van de bekende componiste Catharine van Rennesse komt een
enkele keer voor. Een mannenkoor, het zal niet waar wezen, zong:
"De hebe uit onze Teverne
dat is een aardig kind
een malsche poezelige dame
en gansch niet preuts gezind "
enz, (de rest laat zich raden)
De accordeongezelschappen bogen zich veelvuldig over walsen, foxtrotten
en wiegeliederen. Terwijl ik dit neerschrijf, heb ik ondanks de
totaal andere smaak van de muziek van tegenwoordig, graag aanwezig
willen zijn op die feestdagen en wat heb ik bewondering voor de
mensen van O. B. K. uit die tijd, die dit grootse feest organiseerden.
De Twintig jaar, waarvan nu een beeld is gegeven, zijn uniek en
historisch. Maar wat is de definitie van historisch? In iedere geval
is elke dag historisch en l'Histoire se repète, want over bloei
van O. B. K. na deze jaren zal straks ook weer geschreven worden,
hopelijk nog vele malen.
De geluiden zijn veranderd in deze nieuwe tijd! Ga maar luisteren!
Bronnen: Viola van Vossen
Interviews uit
Brabants Dagblad
Toren
Jubileumboekjes O. B. K.
Met de muziekvereniging in Brakel in Duitsland heeft O.B.K. een
relatie, ga hiervoor naar de site:
www.knueppelmusik.de