In de zevende jaargang van het "penning - magazijn voor de jeugd", uit 1841, staat een prent van de ruïne van Brakel afgebeeld, daarbij staat de geschiedenis vermeld van de stichting van dit slot en het verhaal van enkele telgen uit het geslacht Van Brakel.
Een edelman, die door de Noormannen van zijn grondgebied was verjaagd, bouwde dit slot als schuilplaats voor de vijand. Deze Edelman liet het slot en de landerijen eromheen, de heerlijkheid Brakel, na aan zijn zoon. Deze werd de stamvader van een aanzienlijk geslacht Van Brakel, waarvan verschillenden nog enige betekenis gehad hebben in de vaderlandse geschiedenis. Voor het begin van De Opstand (de tachtigjarige oorlog) werd in Brussel in 1565 "het verbond der edelen" opgericht, de aangeslotenen verklaarden dat zij de inquisitie zouden bestrijden tot welzijn van het land en van de koning. Dirk en Johan van Brakel behoorden tot de vierhonderd edelen. Honderd jaar later speelde een Van Brakel een belangrijke zeeheldenrol tijdens de tocht naar Chatham in 1667, als scheepsbevelhebber onder de vloot van Michiel de Ruiter. De gebeurtenis staat bekend als de heldendaad van Jan van Brakel, die als eerste over de ketting zeilde, gespannen over de Theems om de rivier af te sluiten om zodoende de Britse zeemacht te beschermen. Deze Jan van Brakel klom op tot de rang van Schout Bij Nacht, sneuvelde in 1690 in een gevecht tegen de Fransen en kreeg een graftombe in de grote kerk van Rotterdam.
Nu terug naar het slot Brakel, in 1672 verworden tot een ruïne nadat de Fransen het op 11 september
van dat jaar in de lucht hadden laten springen. Op die manier probeerden de toenmalige overheersers
ons land weerloos te maken. In de tijd van Wilhelmus van Dam (1779 - 1858) zijn aan de ruïne van Brakel
in het begin van de vorige eeuw wat aanpassingen gedaan. Verschillende oudheidkundige vondsten, o.a.
uit de slotgracht, had hij in Het Spijker, maar ook in de toren van de ruine bij-eengebracht.
In die tijd werden bezoekers zelfs toegelaten om de voorwerpen, waaronder verschillende bouwfragmenten,
te bekijken. De voorwerpen uit het Spijker verhuisden na de dood van Wilhelmus van Dam in 1858 naar een
woning van de familie in Rotterdam. In de toren van de ruïne is helaas weinig meer te vinden.
Alleen enkele oorspronkelijke
zerken van
de grafkelder uit het koor van de kerk zitten nog keurig ingemetseld.
In augustus 2008 is een begin gemaakt met het consolideren van de ruine.
Hieronder volgt een impressie van de toenmalige staat.