Reeds in 1691 was er al sprake van het
veerrecht van de heer van Brakel (archief van de familie van Dam
van Brakel - Rijksarchief Arnhem). Het veer, huis en veerdam
waren in die tijd privé-bezit van de heren van Brakel. Het veer
werd dan ook publiek verpacht, een
publicatie van zo'n
verpachting vinden we in het Maarten van Rossummuseum in
Zaltbommel. Hierin wordt melding gemaakt van een inzetting en
afslag van het veer, het veerhuis, uiterwaard en een nieuwe
veerpont ten huize van K. Kieboom te Brakel de eerste maart 1815.
Een afbeelding van het veerhuis zien we op een litho, waarop ook
de toenmalige Koning Willem III afgebeeld staat tijdens zijn bezoek aan Brakel na de overstroming van
1861.
Aanvankelijk voer het veer op Vuren, in 1880
moest als gevolg van riviercorrectie op de noordelijke Waaloever
op grondgebied van de gemeente Herwijnen een nieuwe aanlegplaats
worden gemaakt.
Rond de eeuwwisseling woonde in het veerhuis
de familie Van Eeuwijk, Albert van Eeuwijk was toen de veerbaas.
In 1911 nam de familie A. van den Bosch het veer over, toen ging
het overzetten nog met een zeilpont, bij laag water werd de boot
dan met een boom voortbewogen, vanaf 1913 gebeurde dat met een
motorpont. De pont met petroleummotor ter sterkte van 12 à 14 PK
werd gebouwd bij scheepswerf A. Baars en zonen in Sliedrecht en
kostte f 5275.-- . Pas later kwam er een stuurhut, zodat de
veerbaas en de veerknecht tegen weer en wind beschermd waren. In
1924 is er zelfs sprake geweest van een tweede veer. Dit
initiatief van de burgemeester van Brakel werd hem door de
eigenaar van het veer, de heer D.W. van Dam, niet in dank
afgenomen. Het plan ging uiteindelijk niet door.
Sinds 1940 was Cornelis van den Bosch de
veerman, hij werd bijgestaan door Wim Ermstrang en verschillende
veerknechten uit de familie Schreuders. Cornelis heeft voor zijn
overlijden in 1955 zijn veertig-jarig jubileum nog mogen vieren.
In november 1955 nam A.C. Schreuders
het veer over. Tot en met juli 1966 heeft Schreuders met twee
veerknechten het veer onderhouden. Gerrit Verschoor was ruim
tien jaar veerknecht, ook Aart van Balen is menigmaal als
veerknecht de Waal overgestoken. Sinds de bouw van de Gorinchemse
brug was het veer niet rendabel meer, in het begin behoefde de
pacht niet afgedragen te worden en later is er een regeling
getroffen waarbij de gemeente subsidie ging verstrekken. In 1966
kreeg H.M.J. Haubrich het veer in beheer en in 1981 zijn zoon
Cees. Na het overlijden van Cees is het veer samen met dat van
Aalst in handen van Andrea Haubrich-Duyzer. De laatste jaren is
het steeds drukker geworden op de wegen, ook op de Brakelse pont
is dat te merken. Verkeersstremmingen op één van de Waalbruggen
heeft dan ook direct gevolg in Brakel.
De familie van Dam van Hekendorp verkocht
het veerhuis aan de gemeente Brakel (In 1963 was het veerrecht al
overgedaan aan de Staat), en na het vertrek in 1966 van de
familie Schreuders uit het Veerhuis kreeg de voetbalclub de
beschikking over het gebouw, welke toen als kantine ingericht
werd. Voor die tijd had de voetbalclub het voormalige
werkliedengebouw (nu verfwinkel van Van Beek) als clubhuis. De
voetbalclub, in 1946 opgericht, had hun eerste terrein op de
Langerak aan de Burgemeester Posweg, waarop pas later een pomp en
een kleedhok werden geplaatst, ook voetbalden ze nog enkele jaren
in Aalst en bij Jan Bolle Kempke aan de Bevingsteeg, waarna het
terrein nabij het veerhuis in gebruik werd genomen.
In de nacht van 16 op
17 juni 1984 brandde het veerhuis af en is daarna in moderne
stijl, naar een ontwerp van de architect Zwanziger uit Brakel,
weer opgebouwd, waarna het op 7 november 1985 weer als kantine
van de voetbalclub in gebruik werd genomen.
(Voor actuele informatie over de veerdiensten in Brakel en Aalst:
www.veerdienst.net