De batterij onder Poederoijen uit 1879-1886 moest in de Hollandse
waterlinie de doorgang van de Maas (nu afgedamde Maas) en de noordelijke
Maasdijk verdedigen. Verder beschermde ze de nu verdwenen sluis aan
de Maas, die gebruikt kon worden voor inundatie van de Bommelerwaard.
Na de Frans-Duitse oorlog van 1870 - 1871 ging men in Nederland de
vestingen verbeteren. In 1874 kwam een vestingwet. Zodoende bouwde
men ook in de periode 1879 - 1886 de batterijen onder Brakel en Poederoijen.
Een batterij is een kleinere en minder belangrijke geschutsopstelling
dan een fort. De batterij onder Brakel moest samen metde zuidelijker
gelegen batterij onder Poederoijen de oude vestingwerken Loevestein
en Woudrichem voor beschietingen vrijwaren. De batterij onder Brakel
sloot de Waal en de Zuidelijke Waaldijk af, de Brakelse batterij is
de tegenhanger van de batterij onder Poederoijen en heeft een vergelijkbare
vorm en omvang. De grond die vrijkwam bij het graven van de grachten
werd voor de omwalling, die een hoogte van 7 meter boven het maaiveld
moest hebben en een breedte van 6 meter om de manschappen enige bescherming
te bieden en om de batterij bij inundatie droog te houden. op de onderkomens
bracht men een laag grond aan van 2 a 3 meter dikte. Tot 1956 hebben
beide batterijen deel uitgemaakt van de rechtervleugel van de Nieuwe
Hollandse Waterlinie.
De foto's onder dit artikel zijn in mei 2009 gemaakt door Jasper van
Kooij.