Het gemaal Mansvelder
trok water uit de Poederoijense polder, de Prink en de Brakelse polder. Het
water uit het gemaal kwam in de binnenboezem en liep dan via de
sluis en de buitenboezem de Maas bij Poederoijen in. In het
begin van deze eeuw was Van Schaik de machinist op het gemaal, Simon Mansvelder
kwam in 1912 van Nieuwerkerk aan de IJssel zijn taak overnemen, maar behalve
deze taak knipte en scheerde hij ook nog, maakte zelfs fietsen en
tuinbouwmachines en werd in Poederoijen wel "de Mester" genoemd.
Daniel
Mansvelder (1908 - 1982) werd in 1926 eerste stoker op het gemaal bij zijn
vader. Er draaide een Duitse zuiggasmotor, en er werd gestookt met
antracietkolen. Het gas dat vrij kwam liep in een ketel via en pijp naar de
brander. Met de hendels kon je de gastoevoer regelen, geregeld moest het lager
via een glazen oliepotje met olie gesmeerd worden. Stokers waren Teunis de
Zeeuw en Gerrit van den Anker. Daniël werd in 1949 officiëel aangesteld als
machinist. In 1962 werd zijn functie overgenomen door broer Abraham. Inmiddels
draaide het gemaal op een Daf motor. Om tijdens het malen het vuil uit het
water te houden was een krooshek geplaatst. Met een krabhaak werd het vuil op
een platform getrokken en met een kruiwagen afgevoerd.
In het machinistenhuis verderop vergaderden in een van de kamertjes ook geregeld
het polderbestuur. De machinist had ook neveninkomsten, hij hield geiten en
ving geregeld met behulp van fuiken en een vergunning een vette paling. In 1975
werd het D.W. van Dam gemaal in gebruik genomen waardoor het Mansveldergemaal
zijn functie verloor. Gelukkig is dit monument tot op de huidige dag bewaard
gebleven.