In september 1999 is een onderzoek naar de
restanten van het kasteel Poederoijen
geweest. Het werk viel onder de verantwoording van mevrouw F. de
Roode, provinciaal archeologe van Gelderland en werd uitgevoerd
door de gemeentelijke archeologische dienst in Den Bosch, en
stond onder directe leiding van de heren Hans Jansen en Johan
Trelink. Alle bevindingen, werden door middel van tekeningen en
fotos gedocumenteerd. Het hele project stond onder
bescherming van het ROB, (Rijksoudheidkundig bodemonderzoek in
Amersfoort), de Provincie Gelderland en de Gemeente Zaltbommel.
Ook het Polderdistrict Groot Maas en Waal verleende medewerking.
Eén en ander werd betaald uit het fonds dijkverbetering van de
provincie Gelderland. Het onderzoek heeft enkele weken geduurd.
Er zijn interessante
vondsten gedaan.
Er werd zelfs een stuk
slotgracht
uitgegraven, de buitenmuur van de keuken, grenzend aan de
slotgracht werd toen zichtbaar, ook een
stortkoker
waarin het afval uit de keuken werd gedeponeerd was goed te zien.
Deze stortkoker stond vanuit de keuken rechtstreeks in verbinding
met de slotgracht. Ook werden in de keuken van het kasteel twee
ronde ovens blootgelegd. Zelfs asresten
zijn bewaard gebleven. In dit gedeelte van het kasteel werd dus
het eten bereid. Ook is duidelijk dat op dit gedeelte na 1500 nog
gebouwd is, terwijl op de andere muurresten die bloot lagen geen
sporen van bouw na de verwoesting zijn gevonden. In dit gedeelte
kon men opmaken dat het een overwelfde keuken was. Een tongewelf
met drie penanten, drie ronde bogen steunden dan het geheel. In
de buitenmuur zaten tussen de penanten ook boogconstructies met
daartussen de vensters waardoor het licht naar binnenviel. Langs
de muur (evenwijdig aan de dijk), zijn aan weerskanten diepe
gaten gegraven. Op anderhalve meter diepte, onder deze muur trof
men de oudste bouwfase aan, een fundering die rond 1300 gebouwd
moet zijn. Aan de grondstructuur is hier te zien dat die muur in
verse grond gegraven is. De grond onder de stenen is
schoon. Duidelijk is in de doorsnede een schuine
afscheiding te zien waar gegraven is om de fundering te metselen.
Tegen de fundering kon men vermengde grond zien liggen. De
conclusie kon dan ook getrokken worden dat het kasteel rond 1300
gebouwd moet zijn geweest. Aan de rivierzijde heeft men geen
sporen van een gracht ontdekt, waardoor waarschijnlijk dit een
binnenmuur was, met aangrenzend een binnenplaats. Doordat dit
onderzoek maar beperkt uitgevoerd kon worden wat oppervlakte en
diepte betreft, kon men geen volledige conclusies trekken. Ook
werd er bij dit onderzoek niets gesloopt. Dat is ook een
archeologisch principe vertelde de heer Johan Treling van de
archeologische dienst uit Den Bosch. Als iets gaaf onder de grond
kan blijven, blijft de archeoloog er van af. Dit is dan ook de
beste bescherming. Als er door omstandigheden op een terrein
gegraven moet worden en het object wordt bedreigd, wordt er
meestal pas onderzoek gedaan, zoals in dit geval aan de Maas bij
Poederoijen.
Bij de werkzaamheden aan de Maasdijk werden in oktober 2000
weer restanten blootgelegd van het
voormalige kasteel. De polder heeft na overleg met de provinciaal
archeologe uit Den Bosch mevrouw De Roode de archeologische
adviesdienst RAAP ingeschakeld om de muurresten, die na het
verwijderen van de asfaltlaag bloot kwamen te liggen, in kaart te
brengen. De hoek van de muren die toen zichtbaar waren, kon men
vroeger bij laag water buitendijks goed zien. Bij het aanschouwen
van de restanten kwamen die verhalen bij de bewoners los.
Waarschijnlijk is het deel wat tijdens de werkzaamheden bloot lag
het voorste gedeelte van het kasteel geweest vertelde een
medewerker van RAAP, hij wees dan ook naar het dieper liggende
gedeelte in het nabijgelegen populierenbos, dat duidt op de
scheiding van het voorste en achterste gedeelte van het kasteel.
Enkele muurresten en de bovenste delen van een tongewelf waren
zichtbaar, die werden na afloop van het onderzoek keurig afgedekt
onder het zand, zodoende worden ze op de beste manier bewaard
voor het nageslacht. Het Regionaal Archeologisch Archiverings
Project (RAAP) is een landelijk adviesbureau, gespecialiseerd in
archeologisch onderzoek voor overheidsinstanties of bedrijven.
Zij stellen zich tot doel archeologische objecten in kaart te
brengen ten behoeve van planologische besluitvorming.
Archeologische kartering is belangrijk omdat bij werkzaamheden
zoals hier de dijkverzwaring van de Maasdijken, altijd rekening
gehouden moet worden met wat men in de bodem tegenkomt. Zo heeft
RAAP o.a. gewerkt aan het vervaardigen van een kaart van de
uiterwaarden van de Waal, Neder-Rijn, Lek en IJssel ten behoeve
van het project Ruimte voor Rijntakken.